Wie door Noord-Brabant reist kan en mag niet om de ‘Lodewijkskerkjes’ heen. Deze rijksmonumenten danken hun naam aan de reis die Koning Lodewijk Napoleon in 1809 maakte.
Tekst: Hans van den Eeden. Fotografie: Brandarispers en Hans van den Eeden
Lodewijk Napoleon (1778-1846), onze eerste koning, maakte in het voorjaar van 1809 een reis door Noord-Brabant van oost naar west. Doel van zijn reis was om het departement Brabant beter te leren kennen. Zijn kunstzinnige echtgenote koningin Hortense de Beauharnais was thuis gebleven.
De reis door Brabant vond tussen 13 april en 4 mei 1809 plaats. Om de reis van de koning beter te begrijpen gaan we terug naar 1795. Na de inval van de Fransen vluchtte de in Brabant omstreden Willem V met zijn gemalin Wilhelmina naar Engeland. Brabant was een wingewest en niet in het parlement vertegenwoordigd.
Ook waren de voormalige rooms-katholieke kerkgebouwen na de Vrede van Munster (1648) door de protestanten ‘ingenomen’. Dat betekende, dat de katholieken hun kerken aan de protestanten -onder dwang- moesten afgeven. In 1809 was de staat van deze voormalige katholieke kerken uitermate slecht en veelal vervallen. De reden hiervoor was dat deze kerken te groot voor de hervormden waren.
Veel katholieken kerkten in schuur- en schuilkerken. Alle vormen waarin de katholieken probeerden hun geloof te belijden, werden door de predikanten beschouwd als ‘paapse stoutigheden’. Binnen deze sfeer was de komst van de Fransen in 1794 voor veel Brabanders een bevrijding.
In de sfeer van Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap danste men om de vrijheidsboom. Symbool voor de vrijheid was ‘Marianne’, die symbool staat voor vrijheid, gelijkheid en de rede. Velen herinneren zich nog het liedje: ’Hop Marianneke’.
Verder lezen? Dat kan in Brabeau 2-2026, hier te koop.