Langs geheime paden en in diepe stilte trokken ze de grens over – mannen, vrouwen en zelfs kinderen, met jutezakken vol boter, sigaretten of jenever. In de Brabantse Kempen bloeide in de vorige eeuw een wereld van smokkel, geboren uit armoede, vindingrijkheid en lef. Dit is het verhaal van heimelijke tochten door bossen en heidevelden – waar de grens tussen held en misdadiger flinterdun was.
In de schemering van de vroege ochtend, ergens tussen een boerenhoeve in Bladel en een zandpad richting het Belgische Arendonk, glipt een man met een jutezak op zijn rug geruisloos tussen de struiken. Wat hij draagt, mag het daglicht niet zien. Zo begint een van de vele verhalen uit de tijd dat de Brabantse Kempen een paradijs waren voor smokkelaars. Hier, in het grensgebied vol bossen, heide en zandwegen, bloeide een illegale handel die diepe sporen naliet in de regio.
De smokkel in de Brabantse Kempen was niet zomaar een criminele bezigheid, maar een direct gevolg van de economische kloof tussen Nederland en België. Vooral in de eerste helft van de twintigste eeuw – en in het bijzonder in de chaotische decennia na de Eerste en Tweede Wereldoorlog – lagen de lonen, prijzen en beschikbaarheid van goederen soms mijlenver uit elkaar, terwijl de dorpen in de grensstreek slechts door een zandpad of een slootje van elkaar gescheiden waren.
Meer lezen? Klik Hier!